Het melkgebit van een kind is tijdelijk, dus de verzorging ervan is minder belangrijk... toch? Niets is minder waar! Een gezond melkgebit is de fundering voor een gezond blijvend gebit. Slechte verzorging kan gaatjes en tandvleesontstekingen veroorzaken. Dit doet niet alleen pijn, maar kan er ook voor zorgen dat het blijvende gebit later scheef doorkomt als er te vroeg melktanden getrokken moeten worden.
Hoe verzorg je het melkgebit optimaal? Tandartsenpraktijk Haarlemmermeer zet de belangrijkste feiten en adviezen op een rij.
Wanneer breken de eerste melktandjes door?
Hoewel dit per kind sterk verschilt, breekt de eerste melktand meestal door tussen de 6 en 9 maanden. Rond de leeftijd van 2,5 tot 3 jaar (24 tot 30 maanden) is het melkgebit met 12 tanden en 8 kiezen compleet.
Vanaf ongeveer het 6e levensjaar begint het wisselen: de melktanden maken plaats voor het blijvende gebit, en er breken direct nieuwe, blijvende kiezen door áchter het melkgebit.
De 3 B’s van het tandenpoetsen
Goed poetsen is dé manier om tandbederf te voorkomen. Maar hoe pak je dat aan bij een bewegelijk kind? Gebruik een speciale peutertandenborstel met een kleine kop en hanteer de 3 B's:
Binnenkant (mond half open)
Buitenkant (mond half open)
Bovenkant (mond wijd open voor de kauwvlakken)
Poetsrichtlijnen per leeftijd:
Vanaf de eerste tand tot 2 jaar: Poets de tandjes 1 keer per dag met een speciale fluoride-peutertandpasta. De hoeveelheid fluoride hierin is precies afgestemd op de allerkleinsten.
Vanaf 2 jaar: Poets het gebit 2 keer per dag. Vanaf 5 jaar mag je overstappen op reguliere volwassen tandpasta (of junior tandpasta).
Tip: Maak van het poetsen in het begin vooral een speels gewenningsmoment. In de eerste fase is de aanwezigheid van fluoride in de mond zelfs belangrijker dan dat je direct elk hoekje perfect raakt.
De invloed van voeding: Let op de eetmomenten
In bijna alles wat een kind eet en drinkt zitten suikers en zetmeel. Bacteriën in de mond zetten dit om in zuren die het tandglazuur aantasten. Gelukkig beschermt speeksel het gebit door deze zuren te neutraliseren, maar daar is wel tijd voor nodig.
Beperk het aantal eet- en drinkmomenten tot maximaal 7 per dag (3 hoofdmaaltijden en maximaal 4 tussendoortjes).
Geef vaker hartige in plaats van zoete snacks.
Voeg geen extra suiker toe aan eten of drinken.
Pas op met de zuigfles (Zuigflescariës)
Het langdurig sabbelen op een zuigflesje gevuld met diksap, siroop, vruchtensap of zelfs melkproducten is een grote boosdoener. Dit constante contact met suikers veroorzaakt 'zuigflescariës' (ernstige gaatjes). Vooral 's avonds en 's nachts is dit gevaarlijk, omdat de speekselproductie dan lager is en het gebit zich niet kan herstellen.
Het advies: Leer je kind vanaf de leeftijd van 9 maanden te drinken uit een gewone, open beker in plaats van een zuigfles of anti-lekbeker.
Duimen en spenen: Wanneer wordt het schadelijk?
Zuigen is een natuurlijk instinct en kan in de eerste jaren weinig kwaad voor het melkgebit. Het wordt echter een probleem zodra de eerste snijtanden van het blijvende gebit gaan doorbreken (rond de 6 jaar). Duimen of een speen kunnen de tanden en de kaak dan naar voren duwen, wat leidt tot een scheef gebit. Probeer het duimen of het gebruik van een speen dus ruim voor die tijd af te leren.

